Waarom is MARPE ontwikkeld?
De twee helften van de bovenkaak zijn in het midden van het gehemelte met elkaar verbonden door een naad (sutuur). Bij kinderen is deze naad nog niet vergroeid, waardoor klassieke gehemelteverbreders hem kunnen openen met de kracht die op de tanden wordt uitgeoefend. Naarmate de groei wordt afgerond, vergroeit de naad; klassieke apparaten die op de tanden steunen, kantelen de tanden dan meestal naar buiten, maar verbreden het bot onvoldoende.
Bij MARPE wordt de verbredingsschroef verbonden met kleine minischroeven die in het bot van het gehemelte worden geplaatst. Zo wordt de kracht rechtstreeks op het bot overgebracht in plaats van op de tanden, en wordt bij geschikte patiënten een skeletale verbreding zonder operatie nagestreefd.
Voor wie wordt het overwogen?
- Tieners en volwassenen bij wie de groei is afgerond of bijna is afgerond
- Mensen met een kruisbeet bij de achterste tanden en een smalle bovenkaak
- Situaties waarin ruimte nodig is voor scheefstand en de vernauwing skeletaal van oorsprong is
- Mensen bij wie het gehemeltebot en het tandvlees geschikt zijn voor het plaatsen van minischroeven
Of iemand in aanmerking komt, wordt beoordeeld met onderzoek, röntgenfoto's en zo nodig driedimensionale beeldvorming (conebeam-CT). Leeftijd alleen is niet doorslaggevend; hoe ver de naad is vergroeid, verschilt van persoon tot persoon.
Het verschil tussen MARPE, klassieke verbreding en SARPE
| Methode | Steun | Meestal bij wie? |
|---|---|---|
| Klassieke snelle gehemelteverbreding | Tanden | Kinderen en vroege puberteit |
| MARPE | Minischroeven in het gehemelte (soms in combinatie met de tanden) | Late puberteit, jongvolwassenen en geschikte volwassenen |
| SARPE (chirurgisch ondersteund) | Chirurgisch losgemaakt bot + apparaat | Volwassenen bij wie het bot meer weerstand biedt |
Welke methode geschikt is, hangt af van iemands botstructuur, de mate van vernauwing en het totale behandelplan.
Fasen van de behandeling
- Diagnostiek en planning: onderzoek, röntgenfoto's, zo nodig een CT-scan en een intraorale scan; de positie van de minischroeven wordt gepland.
- Plaatsen van het apparaat: onder plaatselijke verdoving worden de minischroeven in het gehemelte geplaatst en wordt de op maat gemaakte verbreder eraan bevestigd.
- Actieve verbreding: de schroef wordt aangedraaid volgens het schema van de behandelaar; deze fase duurt meestal enkele weken. Een tijdelijk spleetje tussen de voortanden kan erop wijzen dat de naad is opengegaan.
- Wachtfase (stabilisatie): het apparaat blijft nog een tijd in de mond zodat het geopende gebied met bot kan opvullen; meestal enkele maanden.
- Orthodontische behandeling: na de verbreding worden de tanden meestal rechtgezet met doorzichtige aligners of brackets.
Wat kunt u tijdens de behandeling voelen?
- Na het aandraaien van de schroef kan kort een drukkend gevoel optreden in het gehemelte, bij de neusbrug en in de tanden.
- In de eerste dagen kan het spreken wat anders klinken en kan er meer speeksel zijn; de meeste mensen wennen er snel aan.
- Het gebied rond de minischroeven moet schoon worden gehouden met een zachte tandenborstel en het mondspoelmiddel dat de behandelaar aanraadt.
- Harde en kleverige voeding vermijden helpt om het apparaat te beschermen.
- Neem contact op met de praktijk als het apparaat loszit of als er zwelling of afscheiding rond een minischroef ontstaat.
Grenzen
Niet bij elke volwassene kan met MARPE voldoende skeletale verbreding worden bereikt. Als de naad niet opengaat, kan het behandelplan worden aangepast en kunnen chirurgisch ondersteunde opties worden overwogen. Daarom is het belangrijk de verwachtingen vóór de behandeling te bespreken aan de hand van de diagnostische gegevens. Meer informatie vindt u op de pagina's overzicht van orthodontische apparatuur en skeletale kaakafwijkingen.


