Het verschil tussen dentale en skeletale problemen
Orthodontische problemen vallen grofweg in twee groepen. Bij dentale problemen passen de kaken goed bij elkaar, maar staan de tanden verkeerd, scheef of te dicht op elkaar. Bij skeletale problemen is er een verschil in grootte of positie tussen de boven- en onderkaak. Bij veel mensen komen beide samen voor.
Dit onderscheid is direct van invloed op de keuze van de behandeling: dentale problemen kunnen meestal worden gecorrigeerd met doorzichtige aligners of een vaste beugel, terwijl bij skeletale problemen tijdens de groei apparatuur nodig kan zijn en bij volwassenen soms een gecombineerde planning van orthodontie en kaakchirurgie.
Waarom zijn deze problemen belangrijk?
- Schoonmaken: Tussen tanden die te dicht op elkaar staan is moeilijker schoon te maken; de kans op gaatjes en tandvleesaandoeningen kan toenemen.
- Slijtage en breuk: Een verkeerde beet kan bepaalde tanden overbelasten en doen slijten.
- Tandvlees: Een diepe beet en een kruisbeet kunnen bijdragen aan terugtrekkend tandvlees.
- Kauwen en spreken: Problemen zoals een open beet kunnen het afbijten en de uitspraak van sommige klanken beïnvloeden.
- Letsel: Naar voren staande voortanden breken makkelijker bij vallen en stoten.
Hoe wordt het probleem vastgesteld?
Voor de diagnose worden een onderzoek van mond en gezicht, een panoramische en zo nodig een cefalometrische röntgenfoto, foto’s en een intraorale 3D-scan gebruikt. Met deze gegevens wordt bepaald of het probleem dentaal of skeletaal is en welke behandeling geschikt zal zijn. Meer informatie vindt u op de pagina eerste orthodontisch onderzoek.
Op de pagina’s hieronder behandelen we elk probleem apart. Als u niet zeker weet in welke groep u valt, kan dat bij het onderzoek samen aan de hand van uw gegevens worden beoordeeld.
